maandag 06 februari 2012

 Home arrow DRM Informatie
Digitale radio via een omweg
Digitale radio groeit en bloeit via het web. Na de frequentieveiling dit najaar kan steeds meer digitale omroep ook via ether, kabel en mobieltje tot ons komen.

Wat digitale radio allemaal kan, is te beluisteren via de website www.surroundradio.nl. Via een pc met een surround-geluidskaart, een goede mediaspeler en vijf luidsprekers is vijfkanaalsradio te beluisteren. Het programma bestaat elke dag uit een nieuwe carrousel van dvd-audio’s (dvd-a), super audio cd’s (sacd) en concertregistraties. Het oorspronkelijke geluidssignaal van 1,4 Mb/s is door middel van datareductieprotocollen en slimme coderingen tot 384 kb/s teruggebracht. Niettemin benadert het geluid in de huiskamer de kwaliteit van een sacd. Ing. Hans Bakhuizen is duidelijk trots op dit project van de Publieke Omroep. Hij is senior beleidsadviseur technologie bij dit overkoepelende orgaan van de publieke zenders. Tijdens de International Broadcasting Conference in 2006 zijn hij en zijn collega’s voor dit project onderscheiden.

Podcasting, wifi-radio, webradio of ip-radio: het bestaat allemaal en het is digitaal. De website www.radiocast.nl stelt delen van radioprogramma’s beschikbaar in de vorm van mp3-bestanden. In wifi-hotspots zijn, met aangepaste ontvangers, radio-uitzendingen te beluisteren. De website www.nederlandfm.nl biedt via de pc vijftig radiozenders via hetzelfde digitale internet-protocol (ip).

Digitale radio bestaat al in Nederland, maar het heeft zich langs andere weg ontwikkeld dan voorzien. Sinds begin jaren negentig is het de bedoeling van overheid, omroep- en telecommunicatie-autoriteiten geweest, dat digitale radio tot ons zou komen via de TDAB-standaard (Terrestrial Digital Audio Broadcast), in 1993 voortgekomen uit een Eureka-onderzoeksprogramma. Dat is slechts beperkt gelukt. Een decennium lang wilde de overheid de bijbehorende frequenties uitgeven via een beauty contest. Door vooral omroeppolitieke overwegingen is dat nooit doorgegaan. Gebrek aan belangstelling van commerciële radiostations heeft ook een rol gespeeld. Alleen de Publieke Omroep zendt sinds februari 2004 negen radiostations uit in TDAB.

Maar dat beeld kan alsnog veranderen. Dit najaar gaat de overheid de TDAB-frequenties veilen. De compressie- en coderingstechniek is zodanig voortgeschreden dat binnen de TDAB-frequenties nu behalve audio- ook videosignalen kunnen worden doorgegeven. ‘Digitale radio’ verandert daardoor in ‘digitale omroep’. Omroeporganisaties zullen daarom meer geïnteresseerd zijn. Maar ook telecomoperators zitten op het vinkentouw, omdat ze via nieuwe varianten van TDAB tv- en radio-ontvangst op smartphones willen realiseren; deze kunnen naast geluid immers ook beeld en data ontvangen.

Digitale omroep biedt enkele voordelen boven analoge. Door datareductie kan een kleiner signaal worden overgezonden en door signaalbewerking kan toch bijna geluid van cd-kwaliteit worden gerealiseerd. Zenders kunnen op naam in plaats van op frequentie worden geselecteerd en er kan meer informatie met het geluids- of videosignaal worden meegezonden. Het nadeel is, dat consumenten nieuwe digitale ontvangers moeten aanschaffen.

TDAB had in de plaats moeten komen van fm-radio. Fm-omroep (met stations als Radio I, SkyRadio, Business News Radio en Radio 538) is echter nog steeds populair. Maar de fm-band is met zo’n vijftien stations per regio ook overvol, met als gevolg dat uitzendingen elkaar soms storen. Fm-radio zou in de plannen van de overheid in 2015 worden beëindigd. Maar omdat TDAB tot nu toe nauwelijks van de grond is gekomen, is dat plan inmiddels verlaten. Aan analoge televisie is eind 2006 een eind gekomen, maar analoge fm-omroep zal er ook na 2015 nog zijn. In Europa is TDAB alleen in Engeland een succes. Overheid en commerciële omroepen (waaronder de BBC) hebben een stimulerend beleid gevoerd. Er zijn vele TDAB-stations in de lucht en vier miljoen ontvangers in omloop.

De Nederlandse overheid heeft het idee van TDAB als enige, toekomstige standaard voor radio-omroep inmiddels verlaten. En inmiddels zijn binnen TDAB ook nieuwe varianten tot ontwikkeling gekomen, die de ‘oude’ TDAB naar de achtergrond hebben verdrongen. Dat betreft bijvoorbeeld TDAB+. Afgelopen herfst, bij de opening van haar nieuwe studio, zond de Reformatorische Omroep als eerste ter wereld uit via TDAB+. Hierin is een nieuwe codec (codeer/decodeersleutel; bij de zender wordt het signaal gecodeerd, in de ontvanger gedecodeerd) voor reductie van de bitrate opgenomen (AAC+, Advanced Audio Coding), die slim gebruik maakt van maskeertechnieken gebaseerd op de eigenschappen van onze oren en hersenen. Deze reduceert de bitrate en dus de bandbreedte met een factor dertig. Opmerkelijk genoeg is AAC+ ontwikkeld voor de digitale opvolger van de middengolf, maar komt het nu vooral tot wasdom binnen de ip-omgeving.

Een tweede variant van TDAB is DMBT (Digital Media Broadcast Terrestrial). Via deze standaard kunnen gebruikers radio- en tv-uitzendingen ontvangen op smartphones. DMBT gebruikt mpeg4 voor compressie van het videosignaal en AAC+ voor audiocompressie. Een DMBT-netwerk wordt nu uitgerold in Duitsland; het biedt vijf tv-kanalen op een smartphone.

Ir. Willem Toerink, directeur van het telecombedrijf db Europe, toont zich ingenomen met het voornemen van de overheid de TDAB-frequenties nu eindelijk te gaan veilen. ‘Een veiling is transparant, een beauty contest niet.’ Indien db Europe in deze veiling frequentiekavels verwerft, wil het radio en tv op smartphones aanbieden. Spraak- en dataverkeer komt dan binnen via gprs en/of umts, (telecom) en de radio- en tv-signalen via TDAB+ (omroep). Dan ontstaat een mobieltje waarmee ook radio en tv te ontvangen is, maar het is evenzogoed een tv-ontvanger waarmee je kunt bellen. Toerink: ‘In Europa heeft nog niemand zo’n smartphone, maar in Zuid-Korea is het al een succes.’

Gprs en umts zijn telecomstandaarden voor point-to-point verkeer en ongeschikt voor omroep, wat point-to-multipoint of multicast is. Beide standaarden zijn daarom te duur en de netwerkcapaciteit is te beperkt voor omroep. Maar door gprs/umts en TDAB in één toestel te combineren, ontstaan enorme kostenvoordelen voor de distributie van content via de ether, aldus Toerink.

Db Europe wil een netwerk met 117 frequentiekavels over heel Nederland aanleggen. ‘De consument krijgt dan onder andere radio van bijna cd-kwaliteit op zijn mobieltje.’ Wie zich straks abonneert op deze dienst (zo’n vijftien euro per maand), krijgt het toestel er gratis bij.

Zuinig met frequenties

Een voordeel van digitale omroep boven analoge is dat het minder beslag legt op schaarse frequentieruimte. Een fm-zender neemt 300 kHz frequentieruimte in beslag, een TDAB-station niet meer dan 170 kHz. De besparing komt niet voort uit de transmissietechniek, want het signaal van een digitale zender wordt nog steeds gewoon analoog overgezonden. Het draadloos verzenden van een digitaal signaal met nullen en enen zou een enorme verstoring veroorzaken van het frequentiespectrum. Het kleinere beslag op frequentieruimte komt grotendeels op rekening van digitale signaalbewerking, dus door compressie en codering. De nullen en enen van een digitaal signaal laten zich makkelijker manipuleren dan een grillig, golfvormig analoog signaal.

Het analoge spraak- of muzieksignaal wordt meteen na de microfoon omgezet in een digitaal signaal, vervolgens gecomprimeerd en gecodeerd en vóór het uitzenden weer naar analoog omgezet. Na ontvangst wordt het weer in digitale vorm omgezet en gedecodeerd, waarna het vóór de luidspreker weer analoog wordt gemaakt. Die ontwikkeling naar signaalreductie is nog lang niet aan zijn eind. Zo snoept TDAB+ van een TDAB-signaal van 170 kHz nog eens een factor drie af, zodat er 56 kHz overblijft.

De grotere mogelijkheden van digitale transmissietechniek ten opzichte van analoge kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Er kan bijvoorbeeld een muzieksignaal van zeer hoge kwaliteit mee worden overgedragen (surround sound, cd-kwaliteit), maar het kan ook worden gebruikt voor efficiënte transmissie van een geluidssignaal van lagere kwaliteit.

bron: Henk Tolsma